De woorden in dit verhaal zijn:
papier, gordijn, verf, kralen, zand, batterij, melk, brood, hagelslag en pindakaas
Verhaal:
Nora is op het bed van haar ouders gekropen. Zo kan ze iets beter zien. Haar moeder heeft net iets nieuws aangetrokken. ‘Wat staat die trui mooi, mama! Mooie kleur, lichtrood!’ ‘Nu nog een mooie ketting om mijn hals! Ik ga even iets uitzoeken!’ ‘Mag ik mee om hem uit te zoeken?’ ‘Graag zelfs. Kijken of we een vinden die we allebei mooi vinden passen bij de trui.’
Ma trekt een kastdeur open. Daar zit een rek in waar wel meer dan twintig kettingen aan hangen. Lang hoeven ze niet te kijken. ‘Dat is het mooiste mama. Die met rode, witte en roodwitte kralen!’ ‘We hebben dezelfde smaak, dochterlief!’ ‘We gaan ze toch niet opeten?’ ‘Nee, stel je voor zeg! Men zegt dit wel vaak als men met elkaar hetzelfde mooi vindt!’ Mama doet de ketting om. Inderdaad, het is een goede keuze! Mama trekt haar blouse, die ze eerst aan had, weer uit. De nieuwe aankoop krijgt nu een plaatsje in de kast.
‘En nu gaan we iets kopen wat we alle vier dolgraag willen. Een batterij voor de afstandsbediening van de tv. Zonder dat kunnen we niets zien op die “kijkdoos”!’ Je wilt natuurlijk weten wie die twee anderen zijn! Dat zijn pa en zijn zoon Niels.
‘Eerst gaan we de eettafel afruimen! Oh, jouw beker met melk staat er nog!’ ‘Daar had ik toen geen zin in, maar nu wel!’ Die beker is snel leeg. ‘Ik heb ook wel zin in een drankje! Vlug even een kop koffie regelen. De pot met pindakaas is bijna leeg. Snel even noteren op mijn boodschappenlijst! Brood staat er al op. Oh ja, pa heeft nog een blik verf nodig. Dat staat ook al op het lijstje. Hij wil proberen vandaag nog een karweitje te doen. Anders in het weekend.’
‘Ik hoop dat het zaterdag gebeurt! Dan kan hij Niels mee laten helpen.’ zegt Nora. ‘Jij hebt het door, hè. Niels is de dader van de schade aan de achterdeur! Is nu alles opgeruimd? Nee, het pak met hagelslag staat nog op het aanrecht. Zet jij die nog even in de kast? Wel voorzichtig hoor! Het kan niet goed meer afgesloten worden!’ Dat blijkt wel! Er volgt een hagelbuitje. Er zat gelukkig niet veel meer in het pak. Voor de stofzuiger zijn werk gedaan heeft, is er weer wat tijd voorbij gegaan.
Eindelijk kunnen ze vertrekken. Tenminste, dat denken ze. Als ze de weg op fietsen, botst Nora bijna tegen een afvalbak met papier. Ma gaat snel weer naar binnen om hun volle bak ook aan de weg te zetten. Net op tijd, want ze horen de ophaalwagen al aankomen. Als mama naar hun huis kijkt, ziet ze dat er nog iets vergeten is. Ze heeft er niet aan gedacht het gordijn van het voorkamerraam dicht te doen. De zon kan daar nu alles opwarmen. Gelukkig is wel de schuifdeur tussen beide kamers dicht. Dat weet ze zeker. Ze vertrekken nu echt.
Je wilt vast wel weten wat Niels met de achterdeur uitgespookt heeft. Hij had met schepje wit zand uit de zandbak over de hele tuin gestrooid. Pa was daar natuurlijk niet blij meegeweest. Het was overal zichtbaar. Dat liet hij heel duidelijk aan Niels merken! Toen hij naar binnen gestuurd werd, was Niels zó kwaad. Hij gaf de achterdeur een veegbeurt met het ding dat hij in zijn hand had. Je begrijpt, dat de deur er niet mooier van werd! Het raam werd gelukkig gespaard. Het houtwerk moet echt weer opgeknapt worden. Een héél karwei! Voor dat vernielwerk is Niels al gestraft. Het herstelwerk zal hem wel laten zien, wat hij gedaan heeft. Misschien kan hij dan zijn handen gebruiken om pa te helpen!!
